Blog van Willem Boterman
Hoewel de echte polarisatie vooral wordt gedreven door een luidruchtige minderheid en de meeste mensen nog steeds klimaatactie en dierenwelzijn ondersteunen, is de politisering van vlees en vleesreductie een groot probleem voor de eiwittransitie.
De mondiale productie van vlees, zuivel en eieren leunt zwaar op de uitbuiting van menselijke arbeid en dierenleed, is bovendien zeer belastend voor het milieu, een potentieel gevaar voor de volksgezondheid, en draagt in grote mate bij aan de klimaatcrisis. Industriële productie in de veehouderij is de grote boosdoener vanwege zeer inefficiënt gebruik van land en hulpbronnen, maar ook een belangrijke bron van broeikasgassen (methaan) en oorzaak van ontbossing en vernietiging van natuurlijke habitatten.
Een radicale omwenteling van het huidige voedselregime is misschien wel het beste dat we kunnen doen voor onszelf, dieren en de planeet. Een overgang naar een meer plantaardig voedselsysteem, vaak begrepen als de eiwittransitie (protein transition), staat steeds vaker op politieke agenda’s van steeds meer landen, daarbij een brug bouwend tussen verschillende beleidsterreinen: landbouw, gezondheid, milieu, dierenwelzijn en klimaat.
Terwijl overheden, ngo’s, belangengroepen en sociale bewegingen de eiwittransitie proberen aan te zwengelen, ontstaat er van allerlei kanten steeds meer verzet. Gelijk aan de politieke dynamiek rondom de energietransitie en mobiliteit, raakt de eiwittransitie daarbij steeds meer gepolitiseerd, samenvallend met bestaande en opkomende politieke scheidslijnen. Aangezien er verschillende manieren zijn waarop de eiwittransitie gepolitiseerd raakt, is het in mijn ogen belangrijk om een onderscheid te maken tussen het verzet vanuit de productiekant en die vanuit consumenten, en vooral ook de manier waarop deze verstrengeld raken.
De laatste jaren braken er overal in Europa boerenprotesten uit tegen nieuwe maatregelen en voorgesteld landbouw- en voedselbeleid. Ondanks dat de specifieke oorzaken voor de protesten verschilden tussen landen, waren de meeste protesten primair gericht tegen pogingen om de conventionele veehouderij duurzamer en minder belastend voor het klimaat te maken. In Nederland waren de protesten bijzonder hevig: belangrijke snelwegen werden geblokkeerd door trekkers en verantwoordelijke ministers werden geïntimideerd en bedreigd. Verscheidene nieuwe radicale boerenorganisaties werden opgericht, die er in slaagden om niet alleen omvangrijke groepen boeren te mobiliseren, maar ook financiële steun wierven bij mengvoederbedrijven zoals ForFarmers, en politieke steun kregen uit radicaal rechtse hoek.
Voormalige agrarische consultants richtten zelfs hun eigen partij op (Boeren Burger Beweging, BBB) die substantiële vertegenwoordiging verkreeg in de Eerste en Tweede Kamer. De BBB trad ook toe tot de vorige rechtse coalitieregering onder leiding van de PVV, waarin ze het ministerie van Landbouw konden claimen. Ofschoon de coalitie geen lang leven beschoren was, is de regeerperiode illustratief voor het sterk reactionaire sentiment ten aanzien van landbouw en voedselhervormingen onder sommige krachten in het Nederlandse politieke landschap.
De nauwe banden tussen conventionele veehouders, de veevoerbedrijven en de vleesverwerkende industrie, zoals ForFarmers, Royal De Heus, en radicaal-rechtse politici gedurende de boerenprotesten en in de nasleep, toonden aan dat het verzet ontstaat en wordt georganiseerd vanuit specifieke allianties. Deze allianties zijn de laatste tijd gaan schuiven, waarbij de traditioneel warme banden tussen conservatieve (christelijke) partijen en de landbouwsector minder vanzelfsprekend zijn. Op Europees niveau zijn conservatieve partijen (Europese Christen Democraten, EVP) nog steeds stevige steunpilaren van conventionele industriële landbouw, maar radicaal-rechtse fracties (Europese patriotten) werpen zich steeds meer op als hoeders van boerenbelangen en scherpe critici van klimaat- en milieudoelen in de Europese Green Deal, Farm to Fork-strategieën en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Het gevolg hiervan is dat de politiek van conventionele productivistische landbouw steeds meer gaat samenhangen met andere thema’s binnen bredere culturele thema’s van politiek conflict, wat zich vertaalt in electorale dynamiek.
Kiezers zijn consumenten, en vice versa. Politici geven brandstof aan specifieke politieke controverses en gebeurtenissen, waarmee sommigen landbouw- en voedselthema’s op de politieke agenda willen krijgen. Zij hebben belang bij politieke polarisatie rond dit thema. Zowel aan de aanbodzijde als aan de vraagkant van politiek worden voedsel- en landbouwthema’s steeds meer onderdeel van een set aan onderwerpen die bijdragen aan en passen binnen bestaande politieke polarisatie. Vlees en vleesreductie en aanverwante thema’s zoals veganisme/vegetarisme, dieetadvies en voedingsbeleid worden door politici en burgers steeds meer besproken in het publieke debat. Veel van dit soort debatten draaien om dichotomieën zoals manlijk/vrouwelijk, nationaal/buitenlands, duurzaam/milieubelastend, gezond/schadelijk, ethisch/hypocriet, elitair/gewoon.
In recent werk heb ik laten zien dat politieke ideologische dimensies, zoals gender ideologie, cultureel conservatisme, en nationalisme/nativisme positief samenhangen met vleesconsumptie en verzet tegen vlees minderen. Bovendien laat ik zien dat jezelf politiek als rechts identificeren en conservatieve ideologieën de laatste 15 jaar steeds sterker is gaan samenhangen met vleesconsumptie. Naarmate vleesconsumptie een politiek gevoelig onderwerp wordt, ontstaat er verzet tegen verschillende aspecten van de eiwittransitie weg van vlees.
Historisch gezien is dierenwelzijn de hoofdreden geweest voor mensen om minder of geen vlees te eten en dit is vandaag de dag nog steeds een cruciale factor. Interessant genoeg is dierenwelzijn niet een thema dat de politiek sterk verdeelt. Ondanks dat zorgen om milieu en natuur Meestal vooral onderdeel is van linkse politieke agenda’s, is dierenwelzijn niet per se uitsluitend verbonden met groene en linkse partijen. Onder kiezers is een behoorlijke brede consensus over de problemen van de bio-industrie en dierenwelzijn met een beperkte variatie tussen steun voor politieke partijen. Over de gehele breedte van het politieke spectrum, inclusief radicaal rechts, zijn er politici te vinden die opkomen voor dierenwelzijn. In de Nederlandse context zijn partijen die historisch gezien sterk de boerenbelangen dienen (CDA, CU, SGP) het minst geneigd zich politiek voor dieren in te spannen, terwijl radicaal rechtse kiezers hierin dichter bij progressieve partijen staan.
Het debat over de eiwittransitie is echter niet langer beperkt tot dierenwelzijn. Klimaatverandering domineert tegenwoordig het debat en is uitgegroeid tot één van de hoofdredenen om minder vlees te eten. Dit aspect zaait echter veel meer verdeeldheid . Niet alleen vinden veel consumenten in het algemeen het moeilijk om hun dieet aan te passen vanwege het klimaat, maar ook gelooft lang niet iedereen dat er een verband is tussen vleesconsumptie en klimaatverandering. Klimaatscepsis of -ontkenning worden op deze manier deel van het debat over vleesvermindering. Als zodanig wordt beleid dat zich richt op het versnellen van de eiwittransitie gecompliceerd door een tanend vertrouwen in instituties zoals politici media en wetenschap. Populistische rechtse politici treden hierin op als vertolkers van sceptisch en afgehaakte kiezers, maar ook als verspreiders van wantrouwen waarmee ze verder institutioneel vertrouwen kunnen schaden.
Bovendien speelt er een specifieke genderdynamiek hier. Er is veel bewijs dat klimaattwijfel en verzet tegen vleesreductie vooral voor mannen speelt. Mannen eten meer vlees en willen dit minder vaak opgeven. Dit is geen nieuw verschijnsel, maar het lijkt erop dat conservatieve gender ideologie die bijvoorbeeld sterk de nadruk legt op traditionele mannelijkheid, kracht en viriliteit (de zogenaamde ‘manosphere’) ook bijdraagt aan het actief promoten van (rauw) vlees eten (Figure 2).
Wat interessant is aan deze zogenaamde ‘paleodiëten’ is dat ze niet zich verzetten tegen gezondheidstrends in voeding. Integendeel, (gras gevoerd) vlees of rauwe melk worden juist gepromoot als gezond, daarbij de medische consensus dat rood (bewerkt) vlees en rauwe melk juist gevaarlijk kunnen zijn voor volksgezondheid. Recente aanpassingen in het voedingsadvies in de Verenigde Staten waarbij dierlijke producten weer centraal worden gesteld, laat zien dat dit niet een marginaal verschijnsel is maar naar het midden van politieke besluitvorming is opgeschoven. Als zodanig lijkt het erop dat ook volksgezondheid en leefstijlkeuzes rondom voedsel in toenemende mate de cultuuroorlog worden binnengebracht. De recente reacties op de nieuwste Schijf van Vijf door het Voedingscentrum, waarin ween drastische inperking van de consumptie van dierlijke eiwitten werd aangeraden, zijn verder bewijs dat dit niet beperkt blijft tot de VS. Wat dit debat ook laat zien is dat pogingen om planetaire en publieke gezondheid aan elkaar te verbinden het risico op polarisatie verder versterkt.
Vleesreductie is een politieke splijtzwam aan het worden, die zich vertaalt in politieke polarisatie van de kiezers, waarbij klimaat, gezondheid en institutioneel vertrouwen thema’s zijn waarop het electoraat verdeeld is. Hoewel de echte polarisatie vooral wordt gedreven door een luidruchtige minderheid en de meeste mensen nog steeds klimaatactie en dierenwelzijn ondersteunen, is de politisering van vlees en vleesreductie een groot probleem voor de eiwittransitie. Tijdens deze cruciale transitie naar een duurzamer voedselpatroon is het belangrijk om inclusievere verhalen en boodschappen uit te dragen die bredere steun mogelijk maken. Om dit voor elkaar te krijgen, zouden beleidsstrategieën zich moeten richten op economisch aantrekkelijke alternatieven voor producenten (boeren en verwerkende industrie) en het uitfaseren van schadelijke industrieën. Aan de consumentenkant zouden strategieën zich meer moeten richten op aantrekkelijke en wervende toekomstbeelden. Gezien de enorme focus op individuele gezondheid, in combinatie met een brede consensus over dierenleed en welzijn, zou de eiwittransitie wellicht sneller gaan wanneer hier de nadruk op wordt gelegd in plaats van op het orgel van klimaatverandering te gaan.