Thema: Toekomst van energie
Nu Nederland fossiele grondstoffen geleidelijk afschaft, wordt koolstof een cruciale grondstof voor alledaagse materialen (bijv. kunststoffen, asfalt, composietmaterialen, batterijen). Hoewel hernieuwbare koolstof afkomstig kan zijn van biogeen afval, is laagwaardig bioafval vaak nat of verontreinigd en wordt het daarom doorgaans gedowncycled (bijvoorbeeld tot laagwaardige compost of diervoeder) of verbrand, wat ook problematische bodem- en vliegasresten oplevert en persistente verontreinigingen kan verspreiden.
Dit laat een grote leemte achter: hoe kan laagwaardig afval op grote schaal worden gevaloriseerd tot hoogwaardige producten die verder gaan dan biobrandstoffen of biogas, terwijl tegelijkertijd wordt omgegaan met beleidsonzekerheid, knelpunten in de regelgeving en uitdagingen op het gebied van publieke acceptatie?
ABEL pakt deze uitdaging aan door technologieontwikkeling te combineren met governance en samenwerking met belanghebbenden in de hele afvalwaardeketen. In de praktijk zal het samen met belanghebbenden transitiepaden en beleidspakketten ontwikkelen en analyseren welke wetten en beleidsmaatregelen moeten worden aangepast (of welke technologieën moeten worden aangepast) om knelpunten weg te nemen en veilig circulair gebruik mogelijk te maken.
Dit project wordt uitgevoerd in samenwerking met Wageningen University & Research, Universiteit Leiden, Rijksuniversiteit Groningen, Eindhoven University of Technology en twee hogescholen (Hanzehogeschool, Avans Hogeschool), en met medefinanciers en praktijkpartners zoals PreZero, Perpetual Next en NPSP (klik op onderzoekers en partners voor meer informatie).
ABEL zal Nederlandse stromen van laagwaardige restbiomassa in kaart brengen en definiëren, en scenario’s opstellen voor een biobased circulaire economie tegen het jaar 2040, binnen de aanwezige technologische, economische en sociale grenzen.
Het project zal nieuwe conversieroutes en materialen ontwikkelen en testen en deze vertalen naar beoogde toepassingen zoals biopolymeer-monomaterialen, bodemverbeteraars, bio-asfalt, biocomposieten en biobased energieopslagmaterialen. Daarnaast zal het samenwerken met afvalverwerkers, fabrikanten en netwerken om validatie in de praktijk, het leren van bedrijfsmodellen en verspreiding te ondersteunen, waarbij het technische werk expliciet wordt gekoppeld aan de institutionele en marktomstandigheden die nodig zijn voor acceptatie.
ABEL wil bijdragen aan de volgende resultaten:
Milieuvoordelen opleveren voor alle ecosystemen, waaronder verminderde koolstofemissies van fossiele grondstoffen, minder afvalverbranding en algehele afvalvermindering.
Partners in dit academische consortium zijn: TU Delft (hoofdaanvrager), Wageningen University & Research, Leiden University, Rijksuniversiteit Groningen, Eindhoven University of Technology en de hogescholen Hanzehogeschool en Avans Hogeschool.
Medefinanciers en partners uit het bedrijfsleven en de praktijk zijn onder meer: afvalverwerker PreZero, biochar-producent Perpetual Next, biocomposietproducent NPSP en samenwerkingspartners en netwerken zoals Federatie Bio-economie Nederland (FBN), BVOR, DWMA, Amsterdam Green Campus, CIRCUROAD (onder leiding van Rijkswaterstaat) en producenten zoals ATA Mute en WAVIN.
Namens SEVEN wordt het project geleid door Shiju N. Raveendran (katalyse-engineering) en Joyeeta Gupta (milieu en ontwikkeling in het zuidelijk halfrond).
NWO – Nederlandse Onderzoeksagenda (NWA-ORC 2024).
Zie je mogelijkheden voor jezelf of jouw organisatie om mee te werken aan dit thema? Neem dan contact op met Denise Li.