Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Van 24 tot en met 29 april wordt in Santa Marta de eerste International Conference on the Just Transition Away from Fossil Fuels georganiseerd door Colombia en Nederland. De conferentie heeft tot doel trajecten te identificeren voor de uitfasering van fossiele brandstoffen – trajecten die rechtstreeks zullen bijdragen aan de mondiale routekaart van het COP30-voorzitterschap.
Santa Marta, Colombia

In de aanloop naar de conferentie hebben 12 klimaatonderzoekers van de Universiteit van Amsterdam het beleidsadvies ‘A Fair Fossil Fuel Phase-Out Is Feasible: International Law, Earth-System Justice, and Practical Pathways for a Managed Global Transition’ gepubliceerd.

André Nollkaemper, wetenschappelijk directeur van SEVEN: “Santa Marta biedt een unieke kans. Voor het eerst komt een coalitie van bereidwillige staten specifiek bijeen om de uitfasering van fossiele brandstoffen daadwerkelijk in gang te zetten. We willen met dit beleidsstuk dat proces helpen sturen – om onderhandelaars en beleidsmakers het geïntegreerde kader te bieden dat ze nodig hebben om wettelijke verplichtingen, rechtvaardigheidsvereisten en praktische haalbaarheid om te zetten in concrete actie.”

Het samenbrengen van drie discussies

Margaretha Wewerinke-Singh, hoofdauteur van het SEVEN-beleidsadvies: “ In ons advies brengen we drie discussies samen die vaak gescheiden worden gevoerd. Het internationaal recht vormt de juridische ruggengraat; rechtvaardigheid voor het aardsysteem helpt bepalen wat eerlijkheid vereist binnen de grenzen van de planeet; en het economische en technologische bewijs toont aan dat een gecontroleerde transitie grote nevenvoordelen kan opleveren, waaronder schonere lucht, grotere energiezekerheid, fiscale veerkracht, fatsoenlijke banen en lagere risico's op gestrande activa en rechtszaken. De algemene analyse toont aan dat een rechtvaardige uitfasering van fossiele brandstoffen zowel wettelijk verplicht als praktisch haalbaar is.”

De auteurs, Margaretha Wewerinke-Singh (hoofdauteur), Kanad Bagchi, Matteo Fermeglia, Joyeeta Gupta, Augusto Heras, Arno Kourula, Johanna Lorenzo, André Nollkaemper, Rick van der Ploeg, Chris Slootweg, Stephanie Triefus en Ingo Venzke brengen hierin hun expertise op de gebieden van internationaal recht, Earth-system justice, economie en de natuurwetenschappen samen.

Tegen de achtergrond van het advies van het Internationaal Gerechtshof van 23 juli 2025 schrijven de auteurs: “Een rechtvaardige uitfasering van fossiele brandstoffen is geen verre aspiratie. Het betreft een internationale verplichting en economisch en praktisch haalbaar.”

Hoe stagnatie door de grootste vervuilers te voorkomen

In Santa Marta zijn zowel producerende als consumerende landen van olie, steenkool en gas uitgenodigd om deel te nemen. De vraag dringt zich op hoe een soortgelijke stagnatie als op eerdere COPs kan worden voorkomen.

Stefanie Triefus: “Santa Marta mag geen mini-COP worden. De toegevoegde waarde ervan is juist dat het een op implementatie gerichte ruimte is voor landen en belanghebbenden die de noodzaak van een rechtvaardige, ordelijke en billijke uitfasering van fossiele brandstoffen al erkennen. Zowel producerende als consumerende landen moeten aanwezig zijn, omdat een rechtvaardige uitfasering zowel vraag als aanbod moet aanpakken.

“Maar het proces mag geen blokkeringsbevoegdheid geven aan actoren die als belangrijkste doel het handhaven van de status quo hebben. De waarborgen zijn een duidelijk mandaat, transparantie, op wetenschap en op wetgeving gebaseerde benchmarks, en concrete follow-ups: nationale uitfaseringsplannen, het beëindigen van nieuwe uitbreiding van fossiele brandstoffen, hervorming van subsidies, investeringen in schone energie, en steun voor werknemers, gemeenschappen en economieën die van fossiele brandstoffen afhankelijk zijn.”

Van principe naar implementatie

Volgens de auteurs is het beleidsadvies juist geschreven om de discussie van principe naar uitvoering te helpen brengen.

Augusto Heras: “Het laat zien dat de vraag niet is of een eerlijke uitfasering van fossiele brandstoffen noodzakelijk is, maar hoe deze kan worden gefaseerd, gedifferentieerd en gefinancierd. We stellen geïntegreerde beleidspakketten voor die de gebruikelijke obstakels gezamenlijk aanpakken: een gecontroleerde afbouw van de productie, hervorming van de belastingen en subsidies, snelle uitrol van schone energie en netwerken, diversificatiestrategieën voor fossielafhankelijke landen en regio’s, maatregelen op het gebied van arbeid en sociale bescherming, en internationale financiering en samenwerking. Daarnaast, en dat is belangrijk, procedurele waarborgen tegen ongepaste beïnvloeding. Zo kan de uitfasering voorkomen dat deze wordt geblokkeerd door gevestigde belangen of oneerlijk wordt opgelegd aan degenen met de minste verantwoordelijkheid en capaciteit.”

Een transitie die beslag legt op inheemse gronden, is geen rechtvaardige transitie

Bij SEVEN is Margaretha Wewerinke-Singh verantwoordelijk voor het thema ‘Fairness of Climate Solutions’. Dat is ook een centraal thema van de conferentie in Santa Marta, waar binnen de conferentie een people's summit zal plaatsvinden om ervoor te zorgen dat de inheemse volkeren en gemarginaliseerde groepen worden gehoord.

Wewerinke-Singh: “Het is van cruciaal belang dat deze people's summit niet wordt behandeld als een nevenevenement, maar als integraal onderdeel van de conferentie. Dat betekent dat de aanbevelingen van de inheemse volkeren, gemeenschappen van Afro-afkomst, vrouwen, jongeren, arbeiders, boeren en groepen in de frontlinie formeel moeten worden doorgegeven aan de leiding van de conferentie, en dat vertegenwoordigers die door die groepen zijn gekozen, op alle niveaus van de conferentie een echte rol moeten krijgen bij de bespreking en het opstellen van teksten.

“In het eindresultaat – in welke vorm dan ook – moeten hun voorstellen zijn opgenomen en daarin moet duidelijk worden hoe die zijn verwerkt. Met name voor inheemse volkeren moet het resultaat zelfbeschikking, land- en territoriale rechten en vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming honoreren. Een transitie die inheems land opoffert voor nieuwe winningsgebieden – of het nu gaat om fossiele brandstoffen, kritieke mineralen of slecht beheerde koolstofmarkten – is geen rechtvaardige transitie.”

Verwachtingen voor de resultaten

Ingo Venzke: “We hopen dat het resultaat leidt tot concrete richtlijnen op deze vijf terreinen:

  • geen nieuwe uitbreiding van de winning van fossiele brandstoffen en een gecontroleerde afbouw van de bestaande productie;
  • maatregelen aan de vraagzijde die de toegang tot energie en de betaalbaarheid ervan beschermen;
  • het herbestemmen van subsidies voor fossiele brandstoffen en overheidsfinanciering naar schone energie en sociale bescherming;
  • diversificatie en schuldgevoelige transitiefinanciering voor landen en regio’s die afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen;
  • en inspraak en bescherming voor werknemers, inheemse volkeren en getroffen gemeenschappen.

“Santa Marta zou de routekaart van het COP30-voorzitterschap — en toekomstige COPs — makkelijker moeten maken, om van algemene taal over te stappen naar concrete uitvoering en om beter de relevante internationale verplichtingen na te leven.”

Redenen voor SEVEN om dit advies te publiceren

André Nollkaemper legt uit dat de uitfasering van fossiele brandstoffen precies het soort probleem is waarvoor SEVEN is opgericht. Nollkaemper: “Het proces zit al te lang vast – niet omdat de antwoorden onbekend zijn, maar omdat het gesprek versnipperd is. Juristen, economen, natuurwetenschappers en rechtsgeleerden hebben elk afzonderlijk hun deel van het verhaal gebracht. Wat ontbrak, was een geïntegreerd kader dat laat zien hoe die stukjes in elkaar passen en elkaar versterken.

“We zijn er vast van overtuigd dat de bouwstenen om deze impasse te doorbreken al aanwezig zijn: de wet is duidelijk, de economische argumenten zijn overtuigend en de wetenschap is ondubbelzinnig. Maar om dat aan te tonen, moesten die disciplines – internationaal recht, Earth-system justice, economie en de natuurwetenschappen – in een echte dialoog worden gebracht, in plaats van ze simpelweg naast elkaar te plaatsen. Dat is precies waarom SEVEN is opgericht: om het soort transdisciplinaire analyse te produceren die geen enkele discipline in zijn eentje kan leveren.”