Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Bij SEVEN zijn we onder de indruk van alle nieuwe, getalenteerde UvA-onderzoekers die zich bezighouden met klimaatverandering. Ter introductie, publiceren we een reeks portretten van deze opkomende klimaatonderzoekers. Het eerste interview in deze reeks is met Anne Kervers, die promoveert op het gebied van politieke theorie. Anne werkt vanuit het perspectief van geldschepping aan klimaatconsistent bankieren om zo het scala aan instrumenten te verbreden om te kunnen voldoen aan het Akkoord van Parijs.

Hoe belangrijk vind jij klimaatconsistent bankieren in de strijd tegen klimaatverandering?
 

‘Het in lijn brengen van bankportefeuilles met het Akkoord van Parijs is cruciaal om de opwarming van de aarde af te remmen. Op dit moment zijn de portefeuilles van de meeste banken echter niet afgestemd op Parijs. In de wetenschappelijke literatuur en al helemaal in beleid wordt voornamelijk gewerkt aan het meetbaar maken en beprijzen van klimaatrisico’s. Dit verbetert het risico-rendementsprofiel van klimaatbevorderende investeringen en verslechtert dat van klimaatnadelige investeringen, waardoor kredietverstrekking door private banken in lijn komt met het Akkoord van Parijs.

Dat is belangrijk, maar is tot nu toe onvoldoende gebleken. Uit historisch onderzoek weet ik dat geldschepping distributieve effecten heeft, wat betekent dat de inrichting van het geldstelsel bepalend is voor de ontwikkeling van een economie. Wanneer banken leningen verstrekken, scheppen ze immers geld. Ik vroeg me dan ook af of de huidige inrichting van het geldstelsel een rol speelt in de klimaat-inconsistente kredietallocatie van de banken.’

Zowel tijdens de economielessen op de middelbare school als tijdens mijn bachelor economie aan de UvA werd geldschepping door banken grotendeels genegeerd. Daarom had ik nooit nagedacht over waar geld eigenlijk vandaan komt…

De distributieve effecten van geldschepping? Kun je dat toelichten?

‘Zowel tijdens de economielessen op de middelbare school als tijdens mijn bachelor economie aan de UvA werd geldschepping door banken grotendeels genegeerd. Daarom had ik nooit nagedacht over waar geld eigenlijk vandaan komt, totdat mijn collega Adri Dijkstra bij Triodos Bank mij het proces van geldschepping uitlegde. Dus toen ben ik hier ongeveer tien jaar geleden voor het eerst over gaan nadenken; de meeste mensen (ook bankiers) beseften gewoonweg niet dat commerciële banken voornamelijk geld creëren, laat staan dat dit distributieve effecten heeft.

Klaas Knot (de toenmalige president van DNB) moest een zaal vol medewerkers uitleggen dat de theatervoorstelling Door de bank genomen van De Verleiders echt een waarheidsgetrouw beeld van geldschepping schetste. Er bestaat ook een bekende video waarin Peter Praet, toenmalig hoofdeconoom van de ECB, in de knoop raakt als hij het principe van geldschepping moet uitleggen. Er was zelfs eens een Nederlandse bankdirecteur die volhield dat zijn bank nog nooit een euro had gecreëerd.

Dat is nu grotendeels veranderd, hoewel ik tijdens interviews heb gemerkt dat sommige bankiers nog steeds niet weten dat ze geld creëren. Weliswaar erkennen steeds meer economen dat geldschepping niet waardevrij is, maar nog steeds houden maar al te veel van hen vol dat dit wel zo is, zoals ik pas weer eens merkte toen ik in een panel zat.’

Welke methoden gebruik je in je onderzoek?

‘Aan de hand van interviews en documentanalyse heb ik de inrichting van elementen – waarvan historisch bekend is dat ze bepalend waren voor de distributieve effecten van geldschepping – bij drie verschillende soorten banken (commerciële, ethische en ontwikkelingsbanken) met elkaar vergeleken en onderzocht of de diverse configuraties konden verklaren waarom de drie soorten banken verschilden in hun mate van afwijking van de klimaatdoelstellingen.’

De winstdoelstellingen van banken vallen tot nu toe in de literatuur en de beleidsdiscussie buiten beeld, terwijl er een conflict lijkt te bestaan tussen beursnoteringen en de richtlijnen van Paris.

Wat zijn enkele van je eerste conclusies?

‘Ik heb ontdekt dat vooral de inrichting van het eigen vermogen heel belangrijk is voor de klimaat-consistentie van de portefeuille. De meeste banken halen eigen vermogen op via beursnoteringen. Ze moeten tweecijferige doelstellingen halen en worden dus flink geprikkeld om te blijven investeren in fossiele brandstoffen. Sterker nog, banken compenseren via fossiele leningen voor de lagere lagere winsten uit hernieuwbare energie.

De winstdoelstellingen van banken vallen tot nu toe in de literatuur en de beleidsdiscussie buiten beeld, terwijl er een conflict lijkt te bestaan tussen beursnoteringen en de richtlijnen van Paris. Wereldwijd zijn er zes beursgenoteerde, ethische banken. Vier van hen slagen erin om deze twee, ogenschijnlijk tegenstrijdige waarden, met elkaar in overeenstemming te brengen; ze hebben een purpose in hun kredietprocedures verankerd en minstens 40% aandeelhouders die hun missie onderschrijven en geen winstmaximalisatie nastreven.

Een bredere implementatie van deze twee maatregelen zou beursgenoteerde commerciële banken beter kunnen laten voldoen aan het Akkoord van Parijs. Dat soort interventies zijn te verdedigen vanuit een politieke opvatting over geldschepping, namelijk een combinatie van de distributieve effecten van geldschepping die het resultaat van politieke keuzes zijn en waarvoor alternatieven bestaan, en de publieke structuren die private geldschepping mogelijk maken.’

Waarom heb je voor deze specifieke onderzoeksvragen gekozen?

‘Ik denk dat de impact en relevantie van de inrichting van het geldstelsel voor klimaatfinanciering aanzienlijk is, maar over het hoofd wordt gezien. Deze leemte in de literatuur belemmert ons in ons vermogen om de opwarming van de aarde te beperken en belemmert ook het democratisch overleg over de verschillende benaderingen om klimaatconsistente financiering te realiseren. Ik hoop aan te tonen dat het beschikbare pakket beleidsinstrumenten veel breder is dan momenteel wordt aangenomen.’

Als jonge vrouw die financieel onderzoek doet, een vakgebied dat wordt gedomineerd door mannen, kost het meer moeite om gehoord te worden.

In welke fase van je PdH bevind je je nu?


‘Ik schrijf nu mijn laatste paper over het verbreden van het scala aan beleidsmaatregelen op basis van de analyses in mijn eerste drie papers. Deze laatste fase is het interessantst, omdat alles samenkomt. Het grootste obstakel in dit hele proces zijn de vermoeiende lange dagen, dus het is belangrijk om mezelf eraan te herinneren gedurende de dag kleine pauzes te nemen en op tijd te stoppen met werken.’

Welke obstakels kom je tegen?


‘Als jonge vrouw die financieel onderzoek doet, een vakgebied dat wordt gedomineerd door mannen, kost het meer moeite om gehoord te worden. Zo werd mij onlangs tijdens een paneldiscussie een vraag gesteld die vervolgens werd beanwoord door de moderator. Ik heb niet altijd zin om op dat soort gedrag aan de kaak te stellen, dus ik liet het gaan. Naderhand kwam er tijdens de pauze een man naar me toe die zei dat ik had moeten ingrijpen. Ik heb hem gezegd dat hij dat tegen de moderator had moeten zeggen, niet tegen mij.’

Op welke karaktereigenschap ben je het trotst?


‘Op mijn veerkracht. Toewijding aan mijn onderzoeksvragen helpt me in moeilijke tijden om productief te blijven. Bijvoorbeeld door zorgvuldig na te denken over wat prioriteit heeft en me daarop te concentreren, maar ook hoe ik mezelf kan ondersteunen om dat te bereiken.’

Wat zou je de komende jaren nog willen leren?


‘Ik zou graag willen leren hoe ik mijn systemische inzichten kan omzetten in kleine, praktische stappen om zo aan systeemverandering te werken.’

Wie is je grootste held in de wetenschap, en waarom?


‘Jakob Feinig's historische boek over de invloed van de inrichting van het geldstelsel op sociaaleconomische relaties in de VS heeft me geholpen om vast te houden aan mijn intuïtie dat ‘monetary design’ relevant is voor klimaatfinanciering. En mijn supervisor, en medeoprichter van SEVEN, John Grin is van cruciaal belang geweest voor die vasthoudendheid.

Het testen van de relevantie van de historische theorie van geldschepping door middel van empirisch onderzoek naar het hedendaagse banksysteem ging gepaard met behoorlijk wat onzekerheid en faalangst. John leerde me niet alleen de vereiste analytische vaardigheden, maar ook om mijn vragen rustig te stellen, mijn zorgen te overdenken en hun toegevoegde waarde te identificeren. Dit hielp zowel mijn onderzoek als mijn zelfvertrouwen, waarvoor ik hem zeer dankbaar ben.’

En wat zijn je plannen voor na de afronding van je PhD?

‘Ik ben momenteel aan het nadenken over wat ik hierna wil. Mijn doel is om mijn inzichten toe te passen op concrete klimaattransities, bijvoorbeeld het vergroenen van de banksector of het aanpakken van financiële belemmeringen voor de energietransitie. Dat soort werk kan ik bij verschillende instellingen doen, bijvoorbeeld als postdoc, maar ook bij (lokale) overheden, ngo's en centrale of particuliere banken, die elk hun eigen voor- en nadelen hebben. De tijd zal het leren!’