Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
De algemene teneur over deze zoveelste mislukking is dat de olielanden, die met de opkomst van duurzame energie in plastic een nieuw verdienmodel zien, opnieuw hebben gewonnen. De top in Genève was het resultaat van een proces dat in 2022 is begonnen. Toen werd op de VN-Milieuvergadering (UNEA-5.2) een historische resolutie aangenomen om een internationaal juridisch bindend instrument te ontwikkelen tegen plasticvervuiling, op land én in zee. De top in Genève was de tweede bijeenkomst van de vijfde sessie van de Intergovernmental Negotiating Committee on Plastic Pollution (INC-5.2).

De onderhandelingen zijn op de voet gevolgd door Gert-Jan Gruter, bijzonder hoogleraar Industrial Sustainable Chemistry aan de UvA, Chief Technology Officer van chemiebedrijf Avantium en vorig jaar geridderd vanwege zijn buitengewone bijdragen aan de duurzame chemie en inzet voor innovatie en maatschappelijke impact.

Gert-Jan ligt niet snel ergens wakker van, maar hij maakt zich grote zorgen over plasticvervuiling en de bijdrage van plastic aan klimaatverandering. Hij gelooft dat het tij nog te keren valt, maar dan moeten er wel snel wereldwijde afspraken komen. 

Vooraf had hij al lage verwachtingen van de plastictop: ‘De industrie heeft veel te veel macht en zit samen met de plasticketen in al die commissies.’ Volgens het Center for International Environmental Law waren er in Genève minstens 234 lobbyisten uit de olie-, petrochemische en kunststofindustrie aanwezig, méér afgevaardigden dan in de gezamenlijke delegaties van alle 27 EU-lidstaten en veel meer dan het aantal aanwezige wetenschappers.

Gert-Jan heeft zijn vrees nu bewaarheid zien worden: ‘Deze mislukking geeft des te meer aan dat we bij het nemen van toekomstbepalende beslissingen de industrie niet met zulke grote delegaties moeten laten meebeslissen. Natuurlijk kun je van de industrie, die dagelijks via de beurskoers op de ultrakorte termijn wordt afgerekend, niet verwachten beslissingen te nemen die zullen leiden tot haar eigen ondergang, als ze tenminste niet het roer volledig omgooit en vol inzet op duurzaamheid. David Van Reybrouck sprak in zijn Huizinga-lezing in 2021 al over de kolonisatie van onze toekomst. Dat is wat we meer en meer doen. Over 50 of 100 jaar zullen de naysayer-landen van vandaag wellicht gedwongen worden excuses aan te bieden aan de landen die het in 2025 wel anders hadden gewild.’

CO2-doelen zijn onhaalbaar zonder plastictransitie

Gert-Jan doet al twintig jaar onderzoek naar de drie grote problemen die plastic met zich meebrengt: een grote CO2-footprint (zie kader verderop in dit stuk), slechte recyclebaarheid en plasticvervuiling. Aanvankelijk hield hij zich vooral bezig met de transitie van fossiele plastics naar plastics gemaakt van hernieuwbare grondstoffen, de zogeheten biobased plastics. Sinds zijn aanstelling aan de UvA focust hij ook op nieuw design voor recycling en op de gevolgen van micro- en nanoplasticvervuiling voor zowel ecosystemen als de menselijke gezondheid.

Gert-Jan: ‘Een van de makkelijkste transities is die van de kunststoffen, want de technologie bestaat al, we kunnen zelfs kunststoffen maken uit CO2, maar de transitie voor plastics is nog niet eens echt begonnen.’ Hij waarschuwt: ‘Het uitblijven van een mondiaal plasticakkoord maakt het halen van onze CO2-doelen vrijwel onmogelijk. Als we de plastictransitie niet serieus oppakken, zal over 25 tot 30 jaar – als naar verwachting de plasticproductie is verdriedubbeld – een derde van ons totale CO2-budget opgaan aan plastic.’

Europa heeft zich gecommiteerd om in 2050 de transitie van fossiel naar groen gemaakt te hebben, maar dat doel is volgens hem onhaalbaar zolang de plasticsector niet vergroent. Gert-Jan: ‘Met de energietransitie zijn we al best goed op weg; in Nederland kwam in 2024 ongeveer de helft van de totale elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen, maar met hernieuwbare kunststoffen komen we niet verder dan 0,3 of 0,4%. Onze markt wordt overspoeld door fossiele plastics uit vooral India en China, geproduceerd met goedkope Russiche olie, waardoor er in de afgelopen vijftien maanden al tien Nederlandse recyclebedrijven over de kop zijn gegaan. Die goedkope plastics zijn bovendien slecht te recyclen en hebben na gebruik weinig restwaarde waardoor de kans groter wordt dat ze in het milieu belanden met micro- en nanoplasticvervuiling tot gevolg. Het hangt allemaal met elkaar samen.’

Gert-Jan: ‘Ik heb altijd al geroepen dat we die transitie eigenlijk alleen maar “in de groei” hoeven te maken. Als we die 3 à 4 procent waarmee de plasticproductie elk jaar groeit, wat neerkomt op die schrikbarende verdrievoudiging in dertig jaar, nu eens vergroenen en stoppen met het bouwen van nieuwe fabrieken voor fossiele kunststoffen, dan zijn die fabrieken over een jaar of dertig wel afgedankt en is alle productie duurzaam. De oude fabrieken hoeven niet meteen dicht, want die hebben we nog even nodig voor de productie van auto’s, textiel, flessen, medische hulpmiddelen, etc. maar dan stimuleer je wel investeringen in nieuwe, recyclebare en in sommige gevallen ook biodegradeerbare materialen.’

Recycling is de enige oplossing

Wetenschappers en ngo's roepen al jaren dat de oplossing niet ligt in recycling, want wereldwijd is tot op heden slechts 9% van al het geproduceerde plastic gerecycled, onder andere omdat virgin plastic goedkoper is dan gerecycled plastic en omdat de meeste plastics slecht recyclebaar zijn. Maar voor Gert-Jan ligt de kern van het plasticprobleem – en dus de oplossing – wel degelijk in recyclebaarheid. Hij noemt het zelfs de enige oplossing voor plasticvervuiling. De transitie naar beter recyclebare kunststoffen moet volgens hem gestimuleerd worden, omdat die na gebruik hun waarde als grondstof behouden en er zo veel minder zwerfafval zou ontstaan.

Voor een goed begrip van plasticrecycling en nieuwe materialen zoals ontworpen door Gert-Jan, ontkom je niet aan enige kennis van chemie. Avantium, waar hij werkt als Chief Technology Officer, is koploper op het terrein van de productie van chemicaliën en kunststoffen uit biomassa (glucose) en (afgevangen) CO2. Zo wordt bij Avantium uit plantaardige suikers, furaandicarbonzuur (FDCA) gemaakt, waarmee ze vervolgens hun nieuwe materiaal PEF (polyethyleenfuranoaat) produceren. PEF is een duurzame kunststof die kan dienen als alternatief voor PET (polyethyleentereftalaat), de reguliere plasticsoort bekend van de limonadeflessen en de polyester in kleding, gemaakt van fossiele grondstoffen. Hoewel PEF nu nog vijf tot acht keer zo duur is als PET, is bijna de volledige productie van vijfduizend ton per jaar nu al voor meerdere jaren uitverkocht.

In tegenstelling tot de meeste kunststoffen, die tot de spotgoedkope en slecht te recyclen polyolefinen horen, zoals polyethyleen en polypropyleen, zijn zowel PET als PEF goed te recyclen polyestersoorten. Gert-Jan: ‘Maar waar PET in het milieu helemaal niet afbreekt en dus sinds de jaren 60 in het milieu accumuleert, breekt PEF naar verwachting in enkele jaren volledig af tot CO2. Onze field trials lopen nog.’

Koningin Maxima en Sophie Hermans feliciteren Gert-Jan Gruter met zijn benoeming tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

Verborgen plastic in kleding

De volgende beoogde stap in het productieproces van PEF was om de benodigde glucose, die nu nog uit het zetmeel van granen wordt gehaald, te vervangen door glucose uit houtafval. Maar na enige jaren tevergeefse pogingen om dit rendabel te maken, is Avantium overgestapt op textielafval. Begin dit jaar publiceerden onderzoekers van de UvA en Avantium onder leiding van Gert-Jan in Nature hun vondst om uit oude politie-uniformen van gemengd katoen-polyestermateriaal (polycotton) al het katoen te extraheren. Dit katoen wordt daarbij omgezet in glucose, dat onder meer voor de productie van PEF kan worden gebruikt. Het overgebleven polyester kan worden gerecycled tot bijvoorbeeld PET-flessen, maar zou idealiter via fiber-to-fiber-recycling weer voor kleding worden gebruikt.

Gert-Jan: ‘Weinig mensen realiseren zich dat de textielindustrie wel twee keer zoveel PET gebruikt als de dranken- en folieindustrie. Er wordt jaarlijks zo’n 60 miljoen ton PET – in de vorm van polyester – in kleding verwerkt, en dat neemt alleen maar toe dankzij de fastfashionindustrie. Veel van het in het milieu belandde PET is afkomstig van polyestervezels uit kleding.’

Hij is blij met de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) die in 2023 voor textiel is ingevoerd en die bepaalt dat 25 cent moet worden afgedragen voor elke kilo textiel die in Nederland wordt geïmporteerd, waarmee de producenten meebetalen aan de oplossing van het textiel-afvalprobleem. Gert-Jan: ‘Daar moeten we veel meer naartoe. Als iets dergelijks voor fossiele kunststoffen ingevoerd zou worden, zou dat helpen om nieuw geprioduceerd fossiel plastic duurder te maken en recycling en bio-based aantrekkelijker.’

Samenwerking met SEVEN

Als chemicus denkt Gert-Jan in eerste instantie in technische oplossingen, maar hij kijkt ook naar het menselijk gedrag en onze verslaving aan (single use) plastics. Uit onderzoek van hem en UvA-collega’s van Sociale Psychologie bleek dat consumenten zich weliswaar steeds meer bewust worden van de negatieve effecten van plastic op het zeeleven, maar dat slechts weinigen zich bewust zijn van de grote hoeveelheden CO2 die vrijkomen tijdens de productie en levenscyclus van plastic producten. Om een transitie naar duurzamere producten zoals biobased plastics te laten slagen moeten deze op de markt gebracht worden en door consumenten gekocht. Uit dat onderzoek bleek dat consumenten zeer positief staan tegenover biobased plastics en bereid zijn daarvoor een meerprijs te betalen.

Binnen SEVEN werkt hij nu opnieuw samen met sociaal psycholoog Frenk van Harreveld. Dit keer aan een voorstel om onderzoek te doen naar efficiëntere manieren om nieuwe, biobased (soms tevens biodegradeerbare) kunststoffen zoals PEF, PLA, PBS, PBAT, PHA in één keer uit de plasticstroom te sorteren en zo financieel aantrekkelijker te maken voor chemische recycling.

Elles Tukker